Welke soorten schoonmaakmiddelen zijn er?
In de meeste schoonmaakkasten staan tien flessen waarvan er vier echt nodig zijn. Dat komt doordat mensen kiezen op de ruimte waar iets voor lijkt, zoals keuken of badkamer. De indeling die er echt toe doet is een andere. Weet je of iets zuur, neutraal of basisch is, dan wordt kiezen ineens simpel.
Welke soorten schoonmaakmiddelen zijn er?
Er zijn vier groepen, en die verschillen in wat ze oplossen. De eerste groep is zuur. Zuur lost kalk op. Daar vallen ontkalkers, sanitairreinigers en azijn onder. Ze werken tegen witte aanslag in douches, tegen urinesteen in toiletten en tegen kalk op kranen. Tegen vet doen ze bijna niets. De tweede groep is basisch, ook wel alkalisch genoemd. Die lost vet en eiwit op. Ontvetters, ovenreinigers en de meeste allesreinigers horen hierbij. In een keuken of kantine heb je hier het meeste aan. Hoe sterker basisch, hoe agressiever het middel, en dat merk je ook aan je handen. De derde groep is neutraal. Deze middelen zitten rond pH 7 en zijn voor dagelijks onderhoud. Je gebruikt ze op vloeren, kunststof en gelakt hout, want die kunnen niet tegen extremen. De vierde groep valt eigenlijk buiten de rest. Desinfectiemiddelen zijn namelijk geen reinigers. Ze doden bacteriën, maar ze halen geen vuil weg. Sterker nog, op een vuil oppervlak werken ze niet eens goed.
Wat zijn de beste schoonmaakmiddelen?
Die vraag kun je pas beantwoorden als je weet waar je het voor gebruikt. Toch is er een setje dat in bijna elk pand volstaat. Een neutrale reiniger voor de vloer en het dagelijkse werk. Een basische ontvetter voor keuken en kantine. Een zure sanitairreiniger voor toiletten en douches. En een glasreiniger voor ruiten en spiegels. Daarmee dek je het grootste deel af. De rest is specialistisch werk, zoals een middel tegen roest of een schuimreiniger voor een bepaalde machine. Die koop je pas als het probleem zich voordoet, niet vooruit. Waar mensen de mist in gaan is bij het stapelen van middelen die hetzelfde doen. Drie verschillende allesreinigers zijn drie keer dezelfde chemie in een andere fles.
Waarom je zuur en basisch nooit door elkaar gebruikt
Meng nooit twee middelen in dezelfde emmer of op hetzelfde vlak. Bij zuur en chloor komt chloorgas vrij. In een kleine ruimte zoals een toiletgroep is dat binnen een minuut gevaarlijk. Dat is geen theorie, want het is het meest gemelde schoonmaakongeluk in Nederland. Ook zonder gevaar heeft mengen geen zin. Een zuur en een base heffen elkaar op. Je houdt dan zout water over dat niets meer doet. Wil je na een zure beurt verder met een basisch middel, spoel dan eerst na met schoon water. Er is nog een reden om ze uit elkaar te houden. Zuur op natuursteen zoals marmer of kalksteen vreet de steen zelf aan, en dat krijg je nooit meer goed. Een sterk basisch middel op aluminium doet hetzelfde. Twijfel je, test dan eerst op een hoekje dat niemand ziet.
Wat je aan het etiket kunt zien
Op elk professioneel middel staat de pH-waarde. Onder de 7 is zuur, boven de 7 is basisch. Hoe verder van 7, hoe sterker het middel. Staat er pH 12, dan is het een stevige ontvetter waar je handschoenen bij nodig hebt. Staat er pH 8, dan is het mild. Verder staat er een dosering op. Die is uitgerekend en niet zuinig bedoeld. Meer middel geeft geen schoner resultaat, maar een laagje dat stof aantrekt. Daarom staat een vloer soms na één dag alweer dof. Voor het aanmaken van een gebruiksklare oplossing zijn sprayflacons met een schaalverdeling handiger dan op gevoel gieten. Tot slot staan er gevarensymbolen op. Zie je een uitroepteken, dan is het middel irriterend en staan er waarschijnlijk ook schoonmaakhandschoenen in het advies.
Wat zijn de meest natuurlijke schoonmaakmiddelen?
Azijn, soda en groene zeep zijn de bekendste. Ze werken ook echt. Azijn is een zuur, soda is basisch en groene zeep is een milde zeep. Alle drie doen dus precies wat hun groep doet. Wat er niet uit volgt is dat ze zachter zijn voor je oppervlak. Azijn tast marmer, natuursteen en geoliede vloeren aan. Soda is te sterk voor aluminium en voor gelakt hout. Natuurlijk betekent hier alleen dat de stof uit een eenvoudige bron komt, niet dat hij mild is. Wat wel voor ze pleit is dat ze goedkoop zijn en dat je precies weet wat erin zit. Ze zijn wel goedkoop, en je weet precies wat erin zit. Een vakmiddel verschilt er vooral van in concentratie, want dat komt als concentraat en niet als gebruiksklare fles.